Geschiedenis van de sector

Sinds de Middeleeuwen zijn er in België, en vooral in de provincie Henegouwen, sporen terug te vinden van de glasindustrie. Know-how heeft ervoor gezorgd dat België sinds het einde van de XIXde eeuw een bevoorrechte plaats inneemt op de wereldkaart.

Vanaf het einde van de XIXde eeuw werd de structuur van de glasindustrie duchtig dooreengeschud door een concentratiefenomeen dat zich tijdens de volgende decennia voortzette. Dit was het gevolg van de mechanisering van de fabricageprocessen, waardoor steeds duurdere uitrustingen dienden te worden aangekocht. Slechts een twaalftal ondernemingen (geen rekening gehouden met de verwerking) verzekeren de quasi totaliteit van de glasproductie die vandaag nog uit de ovens vloeit : vlakglas, holglas, vezels, schuim en speciaal glas.

De globale productie- en verwerkingsactiviteit stelt vandaag ongeveer 8.500 personen tewerk. Van de productie gaat 80% naar het buitenland

Onze sector exporteert zijn producten naar meer dan 170 landen in alle continenten, waardoor de Belgische glasindustrie bij de koplopers behoort van Europa. De uitwisselingen van glasproducten vormen een zeer positieve bijdrage tot de handelsbalans van het land, zelfs in tijden van crisis.

De export betekent voor het Belgische glas meer dan een traditie ; het is een levensnoodzaak. Onze sector produceert historisch gezien twee keer meer glas dan wat het land nodig heeft, wat niet het geval is voor zijn meest nabije concurrenten.

Hoewel de Europese integratie ontegensprekelijk de Belgische glasexport heeft bevorderd, heeft zij ook de druk van de import op de binnenlandse markt, die reeds zeer open was, verscherpt. Het concurrentievermogen is een overlevingsvoorwaarde geworden voor onze ondernemingen evenals het aanwenden van belangrijke investeringsprogramma’s. Zowel om de uitrustingen te vernieuwen of te moderniseren, als om nieuwe producten te ontwikkelen of het gebruik ervan uit te breiden en als het gebruik van energie en van grondstoffen te verlagen. Dankzij inspanningen inzake onderzoek kon het energieverbruik dat nodig is om één ton glas te produceren verminderd worden met meer dan 60 % sinds het begin van de zestiger jaren.

De sector heeft een mooie uitbreiding gekend tussen 1960 en het begin van de zeventiger jaren tot aan de eerste oliecrisis.  In de jaren ’80 zijn er echter een aantal beslommeringen bijgekomen : namelijk inzake milieu onder implus van Europa, dat alsmaar meer  strengere reglementeringen oplegt.

De glasindustrie heeft zich ondanks de vele moeilijkheden kunnen herpakken zodat zij de toekomst met vertrouwen kan tegemoet zien. Zij heeft zich op een steeds duurzamere manier kunnen ontwikkelen met respect voor het milieu. De consumenten, die steeds meer conformt eisen, kunnen rekenen op producten met hoge toegevoegde waarde, met een steeds groter isolerend vermogen en die minder energie verbruiken tijdens de productie.

Schattingen 1947 2012 Historisch maximum
Productie (t)(1) 265.000 960.000 1.631.000 (1998)
Totale tewerkstelling (2) 20.500 7.700 35.000 (1926)
Productiviteit (1)/(2) 13 125 157 (2006)
Handelsbalans (miljoen €) 53 520 976 (2007)

De sector in het kort

Print Friendly, PDF & Email